En toen werd het dikke fun

Geen idee wat er vandaag over me heen kwam, maar het ging ineens super. Zo super dat ik meer dan 34 minuten aan één stuk liep, en vijf kilometer ook nog. Dit schreef ik op tales from the crib:

Dat lopen, dat blijft bovenal een geweldige mentale strijd, bij mij. Want kijk, ik mag dan wel nog altijd niet van de slankste en de sportiefste zijn, maar ik ben per slot van rekening nog geen dertig, heb op goede dagen officieel geen obesitas meer en heb ook niet af te rekenen met enige vorm van kwetsuur of slijtage. En dus verwacht ik wel één en ander van mezelf. Meestal dingen die ik totaal niet kan waarmaken, als daar zijn:

* snel genoeg lopen om niet voorbijgestoken te worden door recreatieve wandelaars
* lopen en denken: “maar geestig dat dat hier is! Man toch, ik loop snel nog een kilometer of zeven bij, just for the fun of it!”
* een afstand lopen die ik durf posten op mijn facebookpagina zonder in schande te vallen
* na die afstand thuiskomen zonder een pimpelpaars hoofd op mijn schouders
* vooruitgang. EN RAP.

Vooral dat laatste werkte de laatste maanden op mijn systeem. Elke keer als er wat vooruitgang en plezier bij kwam kijken belandde ik namelijk in het ziekenhuis, waarna ik weer helemaal van nul moest beginnen. Ik ben dan toch tenminste de loper die al het vaakst van nul begon, denk ik soms, en aangezien dat het moeilijkste schijnt te zijn ben ik dus eigenlijk wel nog een stoere. Maar ik geraak niet vooruit. Toch niet vooruit zoals mijn echtgenoot vooruit geraakt.

En toch. Ik ben sinds januari weer keihard bezig. Door regen en wind, rond vijvers, snakkend naar adem, op zoek naar een tempo en enige vorm van fysieke conditie of lol in het hele gebeuren. En het kwam niet, en het deed pijn, maar ik bleef die dekselse basketsloefkes aanbinden en vertrekken en vechten tegen het stemmetje dat bleef zeggen dat ik beter zou beginnen salondansen. En deze middag, in de vrieskou langs mijn oude vertrouwde vaart, vond ik voor het eerst in superlang mijn draai. Ik had geen last van mijn adem, of mijn benen, of van stemmetjes. Ik liep, en ik bleef lopen, en ik kwam tot het besef dat ik met relatief gemak een afstand liep van tien keer zo ver als ik in het middelbaar niet eens kon uitlopen in de turnles. En lord knows dat ik het toen heb geprobeerd, met een rood hoofd en tranen in mijn ogen van frustratie.

Dus neen, ik ben nog niet bepaald klaar voor de ten miles, ik. Er is nog een hoop werk aan. Maar potverdorie, ik kan vlak tegen mijn dertigste aan wel minstens tien keer langer aan één stuk lopen dan toen ik nog een jong springertje was. En volgens mij wordt het vanaf nu alleen maar beter, als er geen ziekenhuisopnames op de loer liggen.

(ik heb het zeker gejinxt nu, ik weet het)

Wiew! Moge het zo blijven, dat ik kan beginnen gaan voor langere afstanden, eindelijk.

ooit wordt het dikke fun

Januari is officieel de beste loopmaand sinds juni van 2010, en ook dat was maar een bijzonder kort opstootje, wetende dat ik die maand vijf dagen in het ziekenhuis ben beland met darmobstructie II. Om maar te zeggen: ondanks het feit dat ik waarschijnlijk mijn doel van 32 km lopen niet zal halen is het toch een goed begin aan het worden.

Ik voel tijdens het lopen lichte verbetering, maar om nu te zeggen dat ik langs de vaart zweef zou een beetje teveel van het goede zijn. Het doet nog altijd zeer, het is nog altijd niet echt de leukste bezigheid ooit, en ik blijf me erover verbazen hoe moeilijk het allemaal blijft in mijn hoofd. Maar kijk:

Ik ben geweest. Ik kom er wel. En echt, ooit wordt het leuk. Dat moet toch bijna?

Dag 4: de aanhouder wint

Het regende en woei dat het een lieve lust was, maar biebie trok haar te kleine looptruitje aan (het passende zat in de was) en ploegde zich een weg langs de vaart. De buit was 3,25 km in een minuut of 22, en daar kan ik best mee leven.

Waar ik minder mee kan leven is dat ik dezer dagen alle moeite van de wereld moet doen om twee keer per week te kunnen gaan lopen, terwijl ik eigenlijk drie keer per week zou willen gaan. Misschien moet ik me erbij neerleggen dat dat doel alleen maar haalbaarder zal worden als de dagen langer zijn.

En als ik niet terug thuis kom met een doorweekte iPod en iPhone. Toch eens investeren in een waterdicht hoesje, best.

Melodie Lens, Ina’s 1935 Film, No Flash, Taken with Hipstamatic

Melodie Lens, Ina’s 1935 Film, No Flash, Taken with Hipstamatic

Dag 3: een zondagmorgen langs Dikkebus Vijver

Les 1 van beginnen met lopen: denk nooit “2,6 km? Dat doe ik wel eventjes”. Ik deed het vanmorgen, in al mijn overmoed toen ik via Google Maps mat hoe lang Dikkebus Vijver is. Na mijn betrekkelijk vlotte 25 minuten lopen van vrijdag vond ik 2,6 km maar magertjes voor een loopje op zondagmorgen. Baha! Tot ik het moest doen, that is.

Lopen is -zeker in deze beginfase- nooit iets dat ik wel eventjes doe. Elke stap moet gezet worden, elke keer moet ik mijn tempo vinden, en doordat ik vanmorgen te snel was gestart bleek het allemaal helemaal niet zo evident. Ik heb zeker twee keer serieus overwogen om gewoon op te geven en even een stuk te wandelen, maar ik deed het niet. Ik bleef lopen, en het was lastig, maar ik was zo blij achteraf. En ook zo paars!

De toer rond Dikkebus Vijver van 2,6 km werd uiteindelijk afgelegd in 19 minuten en 23 seconden. Veel trager dan Youri, die het in zeventien minuten en iets deed, maar hell: ik ben weer gaan lopen. Ik kom er wel!

Melodie Lens, Ina’s 1935 Film, No Flash, Taken with Hipstamatic
Modegewijs valt het allemaal wat tegen, maar ik hou zo hard van de combinatie broek + schoenen.

Melodie Lens, Ina’s 1935 Film, No Flash, Taken with Hipstamatic

Modegewijs valt het allemaal wat tegen, maar ik hou zo hard van de combinatie broek + schoenen.

Dag 2: me and my buddy Willy Wartaal

Ik zou deze blogpost kunnen beginnen met een hoop gezaag over dat er te veel tijd tussen loopdag 1 en dag 2 zat omdat ik heel de week ziek ben geweest, of over hoe ik mezelf langs de vaart net weer aan het demotiveren was omdat ik veel te traag liep naar mijn goesting, of over hoe hard het waaide en hoe lastig het was, maar you know wuk? Niks van dat. Want!

* ik ben wel gaan lopen, ondanks het feit dat heel mijn hoofd vol snot zat, de koorts nog niet honderd procent uit mijn lichaam was en het weer niet bepaald om over naar huis te schrijven was. En ik was mijn zendertje van mijn iPod vergeten. Dadooknog!

* ik heb tijdens dat lopen iets gevonden dat enigszins op een tempo lijkt waarop ik een tijdje kan blijven lopen. En ook al is het echt heel traag, alles dat sneller is dan wandelen is lopen. En het was sneller dan wandelen.

* ik heb voor het eerst in zeer lang vijfentwintig minuten aan een stuk gelopen. Dan twee minuten wandelen, en dan nog eens vijf. Afgelopen zondag was twintig mijn maximum, dus vooruitgang, baby!

* ik ontdekte dat Sterrenstof van De Jeugd van Tegenwoordig echt een geweldig loopnummer is. Willy Wartaal wordt vast mijn main man langs de vaart, de komende tijd, ik voel het.

Jep, lopen is voor vanalles oke, maar voor een goede haardag moet je het toch niet bepaald doen.

Oh well. Blij met mijn 25-2-5, ik.

Dag 1: een beetje sterven rond Zillebeke Vijver

Er moet altijd een dag 1 zijn, aan elk project.

En dat is maar goed ook, want ik weet uit ervaring dat eerste dagen de neiging hebben om cool zijn. Wegens een hevig opborrelend enthousiasme, zin in verandering, de overtuiging dat het deze keer zeker zal lukken en ik mezelf in gang steek om dra zegevierend over de streep te komen na het uitlopen van een machtige marathon van New York of azo.

En dan komt het moment waarop je je loopschoentjes moet gaan aantrekken in de slaapkamer. En dan nog erger: het moment waarop je aan Zillebeke Vijver uit de warme auto moet kruipen en je jas moet uitdoen, om het te gaan bewijzen in de koude. Dat je echt wil lopen. Dat je er deze keer echt voor wil gaan. Dat je niet gaat plooien, en je vooropgestelde plannetje gaat volgen, ondanks het gevoel dat al je spieren je dood willen.

Het was wederom een mentaal gevecht om u tegen te zeggen, maar terwijl Youri zijn twee toertjes afwerkte liep ik twintig minuten, wandelde ik er drie omdat twee te weinig leek ineens, en liep ik toen met de moed der wanhoop nog eens tien minuten. Het moment waarop je beseft dat je elke kilometer, wat zeg ik, elke meter die je de komende tijd wil lopen helemaal zelf zal moeten lopen, dat is altijd wel een beetje een smack in the face.

Maar als je dan klaar bent, en je hebt het toch maar weer gedaan, awel, beestig.

En wij, wij hadden het toch maar weer gedaan.